het Bätz - Witte orgel

orgel

Het Bštz-Witte-orgel in de Nederlandse Hervormde Kerk van Kapelle werd in 1866 gebouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte, de latere firmant van de firma Bštz & Co te Utrecht. C.G.F. Witte (geboren 1802 te Rothenburg in Duitsland) was vanaf 1826 werkzaam bij orgelmaker Jonathan Bštz. Na diens overlijden in 1849 zette Witte het bedrijf voort onder dezelfde firmanaam.

Voor de grote uitbreiding van het orgel in 1996 met een vrij (zelfstandig) pedaal was het orgel, op een tweetal toevoegingen in de jaren '30 na, tot dat moment nog geheel in originele staat. Met de verdeling Hoofdwerk, Nevenwerk en aangehangen pedaal had Witte een krachtig en boeiend orgel gemaakt t.b.v. de gemeentezang. Ofwel financiŽle reden ofwel het niet beheersen van het pedaalspel door de toenmalige organist is aanleiding geweest tot een uitvoering met een aangehangen pedaal i.p.v. een vrij pedaal. Dat was zeker niet ongebruikelijk in die tijd.
Dat er vele jaren later wel een toenemende behoefte zou groeien naar een vrij pedaal heeft men indertijd niet voorzien. Mede dankzij de uitstekende akoestiek in de ruime kerk en de fraaie dispositie van het orgel is het instrument steeds breder inzetbaar geworden voor de concertpraktijk. Om toegankelijkheid tot literatuurspel te verbreden en een ruimere gevarieerde begeleiding van de gemeentezang mogelijk te maken werd de behoefte tot een vrij pedaal steeds sterker.

speeltafel

Uit de opbrengsten van jarenlange fondswerving kon in 1996 het orgel uitgebreid worden met een vrij pedaal. Dit werk werd uitgevoerd door de orgelmakers Gebr. Reil te Heerde. Het pedaal, geheel in het klankconcept van Witte passend, werd in een aparte kas achter het orgel opgesteld. Daarmee konden structurele wijzigingen aan het historische orgel voorkomen worden. Voor de windvoorziening is gebruik gemaakt van een originele gerestaureerde windlade van het voormalig Witte-orgel uit de Kloosterkerk te Den Haag. Het pedaal omvat 5 registers.
In de jaren na 1996 zijn er verschillende noodzakelijke restauraties uitgevoerd om het orgel zo optimaal mogelijk te houden. Tevens is er in 2009 door orgelmakerij Reil een pedaalkoppel naar het nevenwerk aangebracht.

de huidige dispositie
hoofdwerk nevenwerk pedaal
Prestant 8' Prestant 8' Subbas 16'
Bourdon 16' Holfluit 8' Octaafbas 8'
Violon 8' Viola 8' Octaaf 4'
Roerfluit 8' Voix Celeste 8' + Basson 16'
Cornet 5st. Roerfluit 4' Trombone 8'
Octaaf 4' Salicet 4'
Quint 3' Gemshoorn 2'
Fluit 4'
Octaaf 2' Tremulant
Manuaalkoppel Hoofdwerk - Nevenwerk
Koppel Pedaal - Hoofdwerk
Koppel Pedaal - Nevenwerk
Mixtuur 3-4 st
Trompet 8' (bas.)
Trompet 8' (disc.)

Manuaalomvang: C - f '''
Pedaalomvang : C - d '
(+ = toevoeging jaren '30 door orgelfabriek Dekker te Goes)